Een website over lichaamstaal zou niet compleet zijn zonder iets te vermelden over Neuro-Linguïstisch-Programmeren (N.L.P.) In deze door Richard Bandler en John Grindler ontwikkelde psychologische stroming, komen de aspecten uit de lichaamstaal zeer nadrukkelijk aan de orde. Zo beschrijven zij bijvoorbeeld hoe aan iemands ogen kan worden afgelezen of iemand visueel, auditief dan wel kinesthetisch is ingesteld.
In ons dagelijks leven komt veel informatie op ons af; te veel informatie om allemaal gelijk te kunnen verwerken. Om de informatiestroom te kunnen beheersen hebben we daarom geleerd ons op slechts gedeelten daarvan te concentreren (focussen). Als je bijvoorbeeld geconcentreerd een boek aan het lezen bent sluit je je af voor de rest van de omgeving en de daaruit voortkomende informatie. Waar iemand zich het eerst op focust hangt af van zijn stemming en zijn voorkeuren. Veel mensen focussen het makkelijkst op de beelden om hen heen. Deze mensen noemen we visueel ingesteld. Focust iemand eerder op geluiden dan is hij auditief ingesteld. Als hij tenslotte het eerst zijn gevoel opmerkt noemen we hem kinesthetisch ingesteld. In principe wisselen deze modaliteiten elkaar af. Toch heeft ieder daarin een bepaalde voorkeur. De een richt zich makkelijker op beeld, de ander op geluid en de derde op gevoel. Elk heeft daarbij zijn eigen lichaamsgebruik. Om je goed op een ander te kunnen afstemmen, is het nuttig om iets te weten over de modaliteit waarin hij zich bevindt.
Voor iemand die auditief is ingesteld is het vooral de toon die de muziek maakt. Hij is gefocust op geluiden en woorden. Hij spreekt langzamer en melodieus en zijn taalgebruik is gevuld met woorden die betrekking hebben op geluid. Zo zal hij zeggen dat het hem "ter ore" kwam en dat hij nog van zich zal "laten horen". Vraag hem wie er vanochtend gebeld heeft. Hij zal dan zijn blik opzij richten. In zijn gedachte hoort hij die persoon weer spreken. De lichaamstaal die hem het eerste opvalt is de intonatie in de stem.
Iemand die kinesthetisch is ingesteld, richt zich op wat hij voelt. Hij is gefocust op wat hem raakt. Als je vraagt hoe hij zijn gesprek ervaren heeft, kijkt hij naar beneden. Hij is deze evaring aan het voelen. Hij spreekt traag en spreekt ook uit zijn gevoel: "Ik heb het gevoel dat....". "Voel je wat ik bedoel?" In de non-verbale communicatie let hij vooral op de afstand die iemand aanneemt en op aanraking.
tekst: Frank van Marwijk.
Indien u belangstelling heeft voor een presentatie over lichaamstaal binnen uw bedrijf of vereniging dan geven wij hierover graag meer informatie.
![]() ![]()
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||