Als we met andere mensen in contact treden, communiceren we altijd. Dit kan met onze stem door middel van het gebruik van woorden: gesproken taal, maar ook zonder, of naast het gebruik van woorden: niet gesproken taal of non-verbale communicatie. Hiertoe behoren houding en beweging, plaats in de ruimte, gebruik van tijd en intonatie bij de spraak. Non-verbale communicatie is beter bekend als lichaamstaal. Non-verbale communicatie is echter meer dan alleen lichaamstaal. (F.R. Oomkes )
Lichaamstaal gebruiken we altijd! Iemand aankijken betekent bijvoorbeeld iets heel anders dan iemand niet aankijken. Zelfs door onze aanwezigheid op zich geven we al een boodschap. In het contact met anderen is het dus niet mogelijk om niet te communiceren. Verschillende onderzoekers schatten dat minstens 70% van de communicatie tussen mensen door middel van stemklank en lichaamstaal plaatsvindt. Het meest bekend is de theorie van de Amerikaanse psycholoog Mehrabian. Hij stelt dat wanneer het om uiting van gevoelens gaat: Als dit zo is uiten we ons gevoel dus voor 93% non-verbaal!
Allereerst is het goed te beseffen dat we niet voortdurend praten maar wel de hele tijd signalen geven door middel van lichaamstaal, als we samen zijn met iemand anders. Verder is het zinvol om te kijken naar de verschillende niveau's waarop we communiceren. We communiceren meestal tegelijkertijd op inhouds- als op betrekkingsniveau. Met woorden geven we vooral de inhoud weer en met lichaamstaal vooral de betrekking.
Als we met anderen praten, hebben we het natuurlijk ergens over. We willen de ander iets duidelijk maken over een bepaald onderwerp. Dit is de inhoud van het gesprek. Op inhoudsniveau zeggen we, of beelden we uit waar de boodschap over gaat. De inhoud van een boodschap is meestal het makkelijkst over te brengen door middel van gesproken taal of afgesproken gebaren. Omdat de betekenis van de woorden, cijfers of tekens die we gebruiken eenduidig is afgesproken, hoeft de uitingsvorm daarvan geen gelijkenis te hebben met hetgeen ermee wordt aangeduid. Het woord klok heeft bijvoorbeeld niets met tijd te maken. Om de ander te begrijpen, moet je wel zijn taal spreken. Als de woorden of signalen waarmee we communiceren geen overeenkomst hebben met hetgeen ermee wordt aangeduid, noemen we dat digitale taal.
Toch is de inhoud niet het enige dat we overbrengen in de communicatie. Tegelijkertijd met onze woorden geven we signalen die aangeven hoe we de ander zien en hoe hij onze boodschap moet interpreteren. Op betrekkingsniveau geven we te kennen hoe we in relatie staan met de ontvanger van de boodschap en hoe de boodschap bedoeld is. Voor het uitdrukken van gevoelens en betrekkingen is de bovengenoemde digitale taal nogal ontoereikend. Het gaat ons niet zo makkelijk af om alleen met woorden duidelijk te maken wat we precies bedoelen. Wat we van de ander vinden is al helemaal niet zo eenvoudig duidelijk te maken. Woorden kunnen bijvoorbeeld veel harder aankomen dan ze bedoeld zijn. Om onze gevoelens en bedoelingen duidelijk te maken gebruiken we daarom liever een beeldende taal. Hierbij is hetgeen dat wordt uitgedrukt herkenbaar in het gebaar of teken zelf, zonder dat je dit speciaal moet leren of er iets over hoeft af te spreken. Het wijzen op je horloge bijvoorbeeld, heeft wél iets met tijd te maken. Behalve dat we op een horloge kunnen zien hoe laat het is, kunnen we er een teken mee geven dat door iedereen kan worden begrepen, zonder daar iets over te hoeven afspreken. We noemen dit analoge taal.
Door communiceren op betrekkingsniveau, kunnen we de betekenis van een boodschap of zelfs van onze relatie met de ander verduidelijken. Dit kan zowel met, als zonder woorden plaatsvinden. In beide gevallen wordt dit metacommunicatie genoemd. Metacommunicatie betekent communicatie over de communicatie zelf. Spreken over relatie, onderlinge verhoudingen en gevoelens gaat ons echter vaak moeizaam af. Hoe vinden we de juiste woorden om te verwoorden wat we voelen, zonder de ander te kwetsen? Om deze reden stellen we het vaak uit om de ander te bekritiseren en geven we misschien ook te weinig complimentjes. Metacommuniceren door middel van lichaamstaal doen we echter de hele dag door en is ook veelal effectiever: een boze blik, een wegwuivende hand, een glimlach of een vriendelijk kneepje zijn vaak meerzeggend dan een moeizaam voorbereid evaluatiegesprek.
Lichaamstaal is een veel eenvoudigere manier om gevoelens uit te drukken, dan door middel van gesproken taal. Je zegt bijvoorbeeld tegen iemand niet zo makkelijk dat je hem of haar niet mag, maar door middel van lichaamstaal kun je dat goed laten merken. De (digitale) gesproken taal is dus beperkt, zodat we daarom in onze communicatie de (meer analoge) lichaamstaal zo hard nodig hebben. Bijna alle verbale communicatie is digitale communicatie en praktisch alle lichaamstaal is analoge communicatie. Meestal gaan gesproken taal en lichaamstaal samen. Op het moment dat iemand iets zegt, wordt tegelijkertijd informatie meegegeven door middel van lichaamstaal. Deze non-verbale extra informatie kan de inhoudelijke boodschap ondersteunen of juist tegenspreken. Van dit laatste een voorbeeld: Een patiënt in de wachtkamer van de tandarts zit heen en weer te schuiven op zijn stoel, maar zegt zich niet gespannen te voelen. Wat geloof je nu? Als iemand op deze manier zijn woorden tegenspreekt door middel van zijn lichaamstaal, wordt zijn non-verbale boodschap haast altijd als de meest ware opgevat. Het is namelijk heel moeilijk door middel van lichaamstaal te liegen. De meeste mensen zijn zich niet erg bewust van hun lichaamstaal. Als iemand liegt, kunnen we door zijn gedrag het gevoel krijgen dat er iets niet klopt. We zijn dan het meest geneigd om op dit gevoel af te gaan en hem niet te geloven. Lichaamstaal heeft dus een grote betrouwbaarheidswaarde.
Dat zo veel betrouwbaarheidswaarde aan lichaamstaal wordt toegekend, komt misschien doordat veel non-verbaal gedrag erfelijk is of al zeer jong door iedereen op dezelfde manier geleerd wordt. Het zit er als het ware ingebakken. Dit betekent
Het zou kunnen zijn dat we al zó vaak hebben gemerkt dat lichaamstaal meer houvast geeft dan woorden, dat we automatisch aan de woorden gaan twijfelen als deze niet kloppen met de non-verbale signalen
(F.R. Oomkes)
Hoe je bij iemand over komt, wordt niet alleen bepaald door de woorden die je uitspreekt. Om een goede indruk achter te laten, bijvoorbeeld bij een sollicitatiegesprek is communicatiebeheersing belangrijk. Hierbij is ook aandacht voor je eigen lichaamstaal van belang. Lichaamstaal laat bij de ontvanger vaak slechts een onduidelijk gevoel achter. Bijvoorbeeld: "Ik heb het gevoel dat hij mij wel mag" of "ik twijfel aan zijn oprechtheid". Dit gevoel is niet eenvoudig in woorden uit te drukken en de veronderstelde betekenis is niet makkelijk te bewijzen. Volgens Oomkes komt dat omdat digitale en analoge taal respectievelijk worden verwerkt in de linker en rechter hersenhelft. De rechter hersenhelft behartigt onder andere de meer gevoelsmatige processen, die gepaard gaan met herkennen van totaalbeelden (de analoge taal). Het zogenaamde intuïtieve herkennen van een ander gebaar, of gedragspatroon, het zogenaamde onbewust begrijpen van de handelingen van een ander, heeft volgens Oomkes dus niets te maken met iets onduidelijks als intuïtie. Aangezien de woordentaal van de linker hersenhelft minder geschikt is voor het verwoorden van de beelden uit de rechter hersenhelft valt het ons zeer moeilijk om indrukken van lichaamsgedrag van anderen onder woorden te brengen. Toch kunnen we leren dit non-verbale gedrag te herkennen en te vertalen.
tekst: Frank van Marwijk.
Indien u belangstelling heeft voor een presentatie over lichaamstaal binnen uw bedrijf of vereniging dan geven wij hierover graag meer informatie.
![]() ![]()
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||